Inflatie bedreigt je spaargeld

De prijzen in Nederland blijven stijgen. Volgens het CBS lag de inflatie in augustus op 3,3 procent, iets hoger dan de 3,2 procent in juli. Vooral energie was fors duurder dan een jaar eerder, terwijl boodschappen juist iets goedkoper werden. Voor wie geld op een spaarrekening heeft staan, is zo'n cijfer niet abstract. Het raakt namelijk direct de waarde van dat spaargeld.

De inflatie blijft hoger dan je spaarrente
Inflatie betekent simpel gezegd dat je met hetzelfde bedrag na verloop van tijd minder kunt kopen. Een boodschappenmandje dat vorig jaar 100 euro kostte, ligt nu rond de 103 euro. Zolang de prijzen sneller stijgen dan de rente die je op je spaargeld krijgt, lever je koopkracht in.

En dat is precies wat er nu gebeurt. De meeste banken vergoeden op een vrij opneembare spaarrekening een rente die onder de inflatie ligt. Je saldo blijft op papier gelijk of groeit een beetje, maar wat je ermee kunt kopen neemt langzaam af. Dat gaat ongemerkt, want je ziet het niet terug op je rekeningoverzicht.

Waarom stilstaan toch achteruitgang is
Een rekenvoorbeeld helpt. Stel dat je 20.000 euro op een spaarrekening hebt staan en daar 1,5 procent rente over krijgt. Na een jaar heb je 20.300 euro. Dat klinkt als vooruitgang. Maar met een inflatie van ruim 3 procent zijn de prijzen in datzelfde jaar harder gestegen dan je spaargeld.

In koopkracht ben je er dan ongeveer 1,5 procent op achteruitgegaan, omgerekend zo'n 300 euro. Je geld is dus niet minder geworden in euro's, maar wel in wat je ermee kunt doen. Het verschil tussen die twee is precies waar het bij inflatie om draait.

Sparen blijft nodig, niet alles hoeft op de rekening
Toch is dit geen pleidooi om je spaargeld snel ergens anders in te stoppen. Een buffer op een gewone spaarrekening blijft belangrijk. Dat geld is direct beschikbaar als de wasmachine kapotgaat of als je inkomen tijdelijk terugvalt. Voor die functie is zekerheid belangrijker dan rendement. Veel adviseurs hanteren als vuistregel een buffer van drie tot zes maanden vaste lasten.

Het gaat vooral om het geld dat je daar bovenop hebt en dat je voorlopig niet nodig denkt te hebben. Voor dat deel zijn er alternatieven. Denk aan een spaardeposito met een vaste looptijd, dat vaak een hogere rente geeft in ruil voor het feit dat je er even niet bij kunt. Of aan beleggen voor de langere termijn.

Beleggen kan op termijn meer opleveren dan sparen, maar de waarde kan ook dalen. Dat risico past minder goed bij geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt, maar kan wel aansluiten bij doelen die ver weg liggen. Het is dus vooral een kwestie van je geld verdelen naar wanneer je het nodig hebt.

Let ook op de belasting
Wat je onder de streep overhoudt, hangt niet alleen af van de rente of het rendement. Ook de belasting speelt mee. De overheid is van plan om vanaf 2028 de manier waarop vermogen in box 3 wordt belast te wijzigen, waarbij het werkelijke rendement zwaarder gaat meetellen. Nu wordt nog uitgegaan van een gemiddeld fictief rendement. Hoeveel dat voor jou uitmaakt, verschilt per situatie en per soort vermogen.

Kort gezegd voelt je spaargeld veilig, maar het staat door de inflatie stil terwijl de prijzen doorlopen. Dit is een goed moment om te kijken hoeveel buffer je echt nodig hebt en wat je met de rest wilt doen. De juiste verdeling tussen sparen en andere investeringsvormen verschilt per persoon en hangt af van je doelen, je termijn en hoeveel risico je aankunt.

 

 

Meer weten of persoonlijk advies?

Persoonsgegevens
 ,  Aanpassen?
Opzoeken adres gegevens mislukt Handmatig invoeren?
Vraag/opmerking

HV Hypotheken maakt gebruik van cookies op haar website Accepteren Meer informatie